Recordaantal sociale huurwoningen gebouwd, maar lang niet overal
In dit artikel:
Het afgelopen jaar hebben Nederlandse woningcorporaties een recordaantal nieuwbouwwoningen opgeleverd: meer dan 21.000 nieuwe corporatiewoningen, het hoogste sinds het CBS deze cijfers vanaf 2012 bijhoudt. Het merendeel betreft woningen in de sociale huursector. De productie speelt in tegen de doelstelling van kabinet, corporaties en gemeenten om jaarlijks circa 100.000 woningen bij te bouwen, waarvan ongeveer 30.000 sociale huurwoningen.
Regionaal bestaan grote verschillen: sommige gemeenten realiseerden vooral corporatiebouw, andere nauwelijks. Opvallende voorbeelden uit de regio:
- Leiderdorp: alle 90 nieuwbouwwoningen waren corporatiewoningen (100%).
- Oegstgeest: 120 nieuwbouwwoningen, 90 sociale huur (78%).
- Krimpenerwaard: 145 nieuwbouwwoningen, 100 sociale huur (71%).
- Gouda en Zoetermeer scoorden hoog qua aandeel sociale huur (respectievelijk 53% en 57%).
- Diverse gemeenten noteerden geen enkele nieuw opgeleverde sociale huurwoning: Delft (180 nieuw), Den Haag (490 nieuw), Kaag en Braassem, Lisse, Midden-Delfland, Rijswijk, Teylingen, Voorschoten, Wassenaar en Zoeterwoude.
Het CBS waarschuwt dat deze nieuwbouwcijfers niet automatisch betekenen dat het totaal aantal sociale huurwoningen netto toeneemt: verkoop en sloop van bestaande corporatiewoningen kunnen de voorraad verminderen. Desondanks ziet het bureau de recordaanvoer als een bemoedigend signaal voor mensen op wachtlijsten.
Aedes, de branchevereniging van woningcorporaties, wijst erop dat niet alle woningen die corporaties bouwen binnen de sociale huursector vallen; een klein deel is gericht op middenhuur, afhankelijk van de huurprijs. Daarmee speelt corporatiebouw niet alleen in op de lage-inkomensmarkt, maar soms ook op het middensegment.