Bewoners van Groene Hart vrezen komst windturbines: 'Ze horen op zee, niet op land'
In dit artikel:
In het Groene Hart laait al maandenlang verzet op tegen plannen van de provincie Zuid‑Holland om op delen van het open landschap windturbines te plaatsen. Lokale bewoners in dorpen als Rijnsaterwoude (Kaag en Braassem) en Langeraar (Nieuwkoop) vrezen dat het karakter van het gebied – vaak omschreven als de ‘longen van de Randstad’ – verandert in een windindustriepark. Ruim 600 zienswijzen en bezwaren zijn naar de provincie gestuurd en langs wegen hangen protestborden en spandoeken.
Centrale zorgen: de omvang en hoogte van de voorgestelde molens (in onderzoek wordt genoemd dat rond sommige huizen tot 21 turbines van circa 245 meter zouden kunnen komen, met onder meer negen in de Wassenaarschepolder en twaalf in de Vierambachtspolder), geluidsoverlast, aantasting van landschap en het gevoel dat inwoners onvoldoende betrokken zijn bij besluitvorming. Tegenstanders stellen dat windparken eerder langs snelwegen of op zee thuishoren en noemen alternatieven zoals aquathermie, zonnevelden of zelfs kleine kernreactoren.
Niet alle omwonenden zijn dezelfde mening toegedaan. Een inwoner uit Langeraar zegt het opwekken van duurzame energie toe te juichen, maar vindt het proces frustrerend omdat burgers weinig inspraak ervaren. Verschillende gemeentebesturen en partijen verschillen van mening: in Nieuwkoop wil de lokale politiek vooral inzetten op zonnevelden, terwijl in Kaag en Braassem de reacties uiteenlopen — D66 staat open voor twee à drie turbines, CDA ook enigszins positief, maar de grootste lokale partij PRO Kaag en Braassem, VVD en nieuwkomer Kern 11 zijn tegen. Samen Kaag en Braassem pleit eerst voor alternatieven zoals aquathermie of kleine kernreactoren.
Aan provinciale zijde benadrukken bestuurders dat er nog geen definitieve keuzes zijn en dat eerdere kaartjes verwarring hebben veroorzaakt. GroenLinks‑PvdA‑statenlid Camille De Luca Schwartz zegt dat het in de praktijk eerder om kleine opstellingen van drie tot vijf turbines zou kunnen gaan en dat de provincie samen met gemeenten wil kijken naar geschikte locaties — bij voorkeur zo dicht mogelijk bij snelwegen om hinder te beperken. Ze wijst ook op mogelijke financiële voordelen voor omwonenden doordat zij kunnen profiteren van lagere energierekeningen.
Wat volgt is politiek: de provincie Zuid‑Holland bespreekt de kwestie verder in april en mei; definitieve besluiten zullen tijdens de komende raadsperiode moeten vallen. De plannen brengen een klassiek dilemma samen: de noodzaak tot versnelling van duurzame energie versus het behoud van een kwetsbaar landschappelijk en woonklimaat.